In oude kolenmijnen namen mijnwerkers een kanarie mee.
Niet voor de gezelligheid. De vogel reageerde eerder op giftige gassen dan de mensen zelf. Werd hij onrustig of viel hij van zijn stokje, dan wist iedereen genoeg.
Wegwezen.
Ik moet daar soms aan denken als ik rondloop in organisaties. Bijna overal is wel iemand die eerder voelt dat er iets niet klopt. Die ziet dat een medewerker langzaam leegloopt. Dat iemand met de ellebogen werkt en resultaten haalt, maar een spoor van frustratie achterlaat. Dat de vergadering waar iedereen ja knikt, daarna nergens toe leidt. Dat cynisme normaal begint te worden zonder dat iemand er iets van zegt.
Ik ben zelf ook regelmatig die kanarie geweest in diverse rollen. Soms is dat een mooie rol. Je legt iets op tafel wat eigenlijk iedereen wel voelt, maar niemand hardop zegt. En ineens ontstaat er ruimte. Maar het kan ook een kloterol zijn. Als wat je ziet wordt weggewuifd. Als je te kritisch bent. Te gevoelig. Te vroeg. En maanden later alsnog gebeurt waar je al bang voor was.
Het gekke is dat een kanarie in een organisatie geen officiële rol heeft. Toch is er bijna altijd wel één. De vraag is niet óf je er één hebt. Maar wat je doet als die begint te fluiten.