J𝗲 𝗿𝗮𝗮𝗸𝘁 𝗶𝗻 𝗱𝗲 𝘄𝗮𝗿 𝗮𝗹𝘀 𝗷𝗲 𝗻𝗶𝗲𝘁 𝗺𝗲𝗲𝗿 𝘄𝗲𝗲𝘁 𝘄𝗮𝘁 𝘃𝗮𝗻 𝗷𝗼𝘂 𝗶𝘀 𝗲𝗻 𝘄𝗮𝘁 𝘃𝗮𝗻 𝗱𝗲 𝗮𝗻𝗱𝗲𝗿 𝗶𝘀.
Die worsteling komt in mijn coachgesprekken eigenlijk altijd terug. Mensen lopen vaak niet vast in een vacuüm. Er is bijna altijd een relatie met iets of iemand: een manager, een team, een organisatie, die ene irritante collega, een familielid of partner.
Wat ik veel zie, is dat mensen alles naar zichzelf toe trekken. Ik moet dit oplossen. Ik moet harder werken. Ik moet me hierin aanpassen. En langzaam bouwen ze aan een soort superversie van zichzelf. Een versie die het straks allemaal wél aankan. Als je maar hard genoeg aan jezelf blijft sleutelen, wordt morgen vanzelf beter.
Andersom werkt het net zo goed. Alles buiten jezelf leggen. Die manager deugt niet. Die organisatie begrijpt totaal niet welke kant we op moeten. Ik heb eerst iets van mijn omgeving nodig voordat ik verder kan. En als ze nou gewoon allemaal eens naar mij zouden luisteren, inclusief die irritante collega, dan ging het hier pas fantastisch.
Misschien zijn het wel twee kanten van dezelfde medaille. Want ook alles buiten jezelf leggen kan een manier zijn om iets uit de weg te gaan. De verantwoordelijkheid voor wat jij voelt en nodig hebt, ligt niet alleen bij je omgeving. Misschien heb je zelf iets te onderzoeken, te veranderen of uit te spreken. Of misschien moet je juist iets laten zien wat je liever verborgen houdt.
Volgens mij wordt het ingewikkeld als je niet meer goed weet wat je zelf nodig hebt en waar je voor staat. Zeker als het antwoord consequenties kan hebben waar je eigenlijk bang voor bent. Dan wordt externe bevestiging al snel je kompas. Je past je steeds verder aan om ergens bij te horen, of je hebt de buitenwereld nodig om te bevestigen dat het probleem vooral niet bij jou ligt. En dan wordt het lastig om nog te voelen hoe jij je eigenlijk tot de ander verhoudt.
Wat is van jou? En wat mag je bij de ander laten?
www.slow-forward.nl